Bedreigd met vuurwapen

Door al het thuiswerk komen de muren op me af dus ik besluit gistermiddag naar Nicole in Ridderkerk te fietsen in plaats van een bus te pakken. Een goeie 50 minuten fietsen, prima te doen. Gisteravond rond een uur of tien neem ik afscheid van Nicole en haar hond, net buiten het centrum van Ridderkerk. Ik zeg tegen Nic dat ik op m´n Ipod de soundtrack van de nieuwste Halloween aanzet – lekker benauwde muziek, goed om op te fietsen.

De Kievietsweg in de buurt van gehucht Bolnes is een lange weg die slecht verlicht is. De autoweg aan de linkerkant is verhoogd op een dijk, aan de rechterkant wat tuinbouwbedrijven en villa’s. Zeker op dit tijdstip is er niemand te zien. Behalve twee jongens die ik langs de weg zie hangen, in donkere jassen. Ik zie ze in het voorbijgaan, besteed er echt alleen maar aandacht aan omdat ik me afvraag waarom iemand hier op dit tijdstip nog zou willen zijn. Ik fiets door.

Plotseling voel ik ze achter me rijden. Ik hou er sowieso niet van als mensen dicht achter me rijden, maar zeker op dit tijdstip is het niet leuk. Ik neem wat snelheid af, laat ze me inhalen, ga wat meer aan de linkerkant fietsen in het licht. Heel kort daarna hoor ik ze achter me roepen: ‘Meneer, hoe laat is het?’, wat ik negeer omdat ze neem ik aan toch wel een telefoon hebben met het tijdstip. En dan.

Pistool

Eentje rijdt achter me, de ander rijdt links naast me. ‘Nu stoppen’, zegt de linker en richt een pistool op me. Niet richting mijn hoofd, eerder richting fiets of in elk geval mijn romp. Het gekke is: ik schrik er niet van en denk alleen maar: ‘Het is een speelgoedpistool, ze doen me niets’. De jongen achter me hoor ik lachend: ‘Gast wat doe je?’ zeggen en het klinkt ook allemaal lacherig, als een spelletje. Ik zeg geen woord en rij verder door, naar een goed verlichte kruising – ik denk er niet over om te stoppen want ik heb mijn portemonnee, Ipod en telefoon bij me. Ik ben niet in paniek, maar ik fiets wel hard door, zeker omdat ik nog over een ander slecht verlicht stuk moet fietsen en stel dat ze achter me aankomen. Dat doen ze overigens niet, niet wat ik gemerkt heb in ieder geval.

Ik bel mijn vader, dat zou ik sowieso al doen om een afspraak te maken over langskomen deze week, en vertel hem in het kort het verhaal. Nog steeds het gevoel: ‘het was maar een kinderpistool, ik heb me geen moment écht bedreigd gevoeld’. Als er fysiek contact was geweest was die dreiging er wél geweest, nu is de gedachte alleen: ‘Ik bel morgenochtend even het ‘geen spoed wel politie’-nummer, gewoon voor de statistiek.’ Ik bel kort Nicole nog en mijn moeder, voordat ze het in deze blog gaan lezen en dat ze weten dat ze zich niet druk hoeven te maken.

‘Het was maar een speelgoedpistool’.

Mijn moeder schrikt en zegt dat ik 112 moet bellen. Ik haal mijn schouders op maar beloof dat ik morgenochtend even bel. Thuis aangekomen – rond 22.45u – besluit ik toch even het ‘geen spoed wel politie’-nummer te bellen, volkomen rustig verder. Ik vertel in het kort mijn verhaal, maar word al snel doorverbonden naar de meldkamer. Ik krijg op vriendelijke maar dwingende wijze op mijn kop: ik had direct 112 moeten bellen: nu zijn de vogels waarschijnlijk al gevlogen en bedreiging met vuurwapen is echt wel iets heftigs. Dat besef begint heel langzaam bij me door te dringen, maar nog steeds: ‘Het was maar een speelgoedpistool’. Geen idee hoe ik daarbij kom trouwens, het zag er gewoon uit als… Ja, een nepding.

Onbekend nummer

Ik geef tot twee keer toe alle details die ik weet. Weinig helaas: het was donker, ik zat op de fiets in een behoorlijk hoog tempo en het gebeurde allemaal snel. Kort nadat ik mijn gesprek met de meldkamer heb beëindigd word ik gebeld door een onbekend nummer. Het is een politieman ter plaatse, die hetzelfde zegt: ‘Je had direct 112 moeten bellen – ik ben politieman geworden om dit tuig van de straat te vegen.’ Hij herinnert me ook nog aan de overval op de Coop in Ridderkerk een tijdje geleden: dat leek in eerste instantie ook niet ernstigs maar dat was het wél. En stel dat het een meisje van 16 was geweest die daar had gefietst, die dat nu ook nog kan overkomen? Ik besef steeds meer dat dit écht een gevaarlijke situatie was.

Ik kan gelukkig even bij mijn onderbuurvrouw terecht – het is half twaalf ‘s avonds – waar ik het hele verhaal nog een keer vertel, maar ik kom weer bij en slaap uiteindelijk prima. Het gekke is ook dat ik niet in paniek ben geraakt. Ik was bang ja, maar ik heb vliegen altijd veel enger gevonden dan dit. En ik ben ergens ook wel blij met mijn rust, hoewel dat in dit geval toch té rustig bleek. Het was een rare avond. Alle lof naar de politie trouwens die me ontzettend goed te woord hebben gestaan.

No Comments

Post a Comment