Sociale ongemakkelijkheden: de wachtkamer

Sociale ongemakkelijkheden: de wachtkamer

In het boek ‘Phileine Zegt Sorry’ van Ronald Giphart vraagt hoofdpersoon Phileine zich af waarom je op school alle ijsvrije havens van Noorwegen uit je hoofd moet leren, maar dat er geen leraar is die je vertelt hoe je in sommige situaties moet handelen. Oké, het gaat in het boek niet om ‘sommige situaties’ maar om één specifiek moment, maar ik moet wel ‘in sommige situaties’ aan dit stuk denken. (‘Phileine zegt Sorry’ is trouwens sowieso geniaal omdat het vraagtekens zet bij mensen en hun interactie, maar dat terzijde).

Hoe zou het bijvoorbeeld moeten gaan in de wachtkamer van de huisarts? Misschien vind ik het moeten betreden van de wachtkamer nog wel het stomste aan zo’n bezoek. Je loopt die wachtkamer binnen, mompelt dan ‘hallo/goedemorgen/goedemiddag’ en gaat dan zitten. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar bij mij is zo’n begroeting nooit gemeend. Niets tegen mijn mede-huisartsbezoekers, maar er zijn momenten dat ik liever onzichtbaar ben en een huisartsbezoek is er één van. En hoe eerder de andere bezoekers weg zijn, hoe sneller jij aan de beurt bent.

En als er dan toch zo nodig begroet moet worden, waarom dan dat lafhartige gemompel en niet iets enthousiast, alsof je het echt meent? Want ook de stilte in een wachtkamer is altijd dubbel: er wordt wel gepraat, maar zachtjes. Wie heeft er bepaald dat je in een wachtkamer zacht moet praten, en niet op een normaal volume? Oh ja, en ik vond het laatst heel raar om ‘De Pest’ van Albert Camus te zitten lezen op die plek.

Oorspronkelijk gepubliceerd op 17 maart 2017.

No Comments

Post a Comment