Rotterdam Zuid: de Afrikaandermarkt

Rotterdam Zuid: de Afrikaandermarkt

In 2009 liep ik een stage in Suriname, voor drie maanden. De stage geen succes, op het land ben ik verliefd geworden. Ik heb ooit een hele mooie passage gelezen in het boek ‘Nachttrein naar Lissabon’ over reizen gelezen: ‘We laten iets van onszelf achter wanneer we een plek verlaten, we blijven daar, ondanks dat we zijn weggegaan.’ Dat is Suriname voor mij. Al vaak tegen Nicole gezegd dat ik haar naar dat land mee wil nemen, als we ooit de tijd en vooral het geld hebben om voor langere tijd op vakantie te gaan. Twee typische momenten voor mijn tijd in Suriname: op slippers lopen naar een interview met een burgemeester en dat heel normaal vinden, en me totaal niet druk maken als er iemand op straat mijn tas van mijn schouder probeert te trekken. In Taiwan maar ook zeker in Suriname was ik de persoon die ik wilde zijn.

Om die reden voel ik me nog steeds vrolijk als ik in het gezelschap van Surinamers verkeer. Zaterdag ontdekken Nicole en ik eindelijk de Afrikaandermarkt, op ongeveer tien minuutjes lopen hier vandaan. Rotterdam Zuid: stad van toko’s, tropische vruchten en de geur van curry. We komen langs een kleine achteraf-toko, een donkere pijpenla waar ik gelokt word door het uitzicht op de pepers. Die pepers wil ik die middag gebruiken om een sambal van te maken (dat ging goed mis, ander verhaal). Nic en ik snuffelen wat rond. Ik wijs Nicole de sopropo aan: een bittere komkommer-achtige groente die ik ooit in Suriname probeerde klaar te maken. Zonder succes, maar het zijn nog steeds die dingen waar ik vrolijk van word. En de kousenband, oh heilige kousenband. Als ik roti maak doe ik het vaak met sperziebonen, maar kousenband is het echie, ik moet het vaker gaan gebruiken. Mijn zeer uitgebreide Groentebijbel vermeldt het helaas niet.

Ik ga de winkel uit met een zak felgele pepers, nasi-kruiden die over de datum zijn maar nog steeds prima bleken te smaken, een flesje sesamolie (die geur! <3 ) en – na een gesprekje met winkelier en klant – de wetenschap dat saoto-soep ook prima vegetarisch te bereiden is. Oh echt Nicole het water loopt me nu alweer in de mond.

De Afrikaandermarkt is horen en zien dat je vergaat. Ik maak tegen Nicole een opmerking dat ik nooit zeg dat ze alleen in het buitenland mooie markten hebben: ik weet niet waar ik kijken moet want bijna elke kraam lijkt de mooiste pepers, de mooiste granaatappels, de mooiste grapefruits en de mooiste limoenen te hebben. Hoe maak je hier uit een keuze? En wat Nicole zich hardop afvraagt: waarom gaat iemand wel naar de ene kraam en niet naar de andere kraam? En wat is uberhaupt de beste manier om in te slaan op zo’n wonderwereld? Groot inkopen doen van een paar producten, of van alles een beetje?

Ik geef eerlijk toe dat ik me niet altijd heel positief uitlaat over de multiculturele maatschappij (dat deed men in Suriname trouwens ook niet, maar dat tussen haakjes). Plekken als de Afrikaandermarkt geven me – net als restaurants als De Kade en Switi trouwens – weer wat hoop.

No Comments

Post a Comment