Over toen ik door een grote hond werd gebeten

Over toen ik door een grote hond werd gebeten

Dinsdagavond. Nicole en ik komen rond half tien terug van WORM waar we een gesprek hebben gehad waar ik nogal vol van ben. Een coachingsgesprek – veel indrukken, nieuwe inzichten die ik even op papier wil zetten. Ik krijg er niet echt de kans voor want ik word gebeten.

 

We staan voor mijn deur, ik zie een jongen met een grote hond, een leuk speels beest. Wanneer ik een hond zie wil ik er altijd even mee spelen – dat stukje kind zal nooit helemaal verdwijnen – en laat de hond tegen me opspringen. De hond wordt trouwens keurig netjes strak gehouden door haar eigenaar. De hond bijt in mijn arm… En bijt door. Er zit geen spoortje kwaad bij, het is domme pech. Ik merk plotseling dat het pijn begint te doen: ‘oke, dit is nieuw en dit is niet goed.’

 

Ik ben niet in paniek maar weet me van de schrik geen raad. Nicole weet dat gelukkig wél: ‘Huisartsenpost bellen. Nu. Meteen.’ Ik wist überhaupt niet eens dat je ‘s avonds nog naar de huisarts kon en ik had die informatie liever op een andere manier tot me genomen. Ik ben niet kwaad en de jongen is dat gelukkig ook niet: voor hetzelfde geld was hij tegen me staan schreeuwen dat ik niet zomaar op vreemde honden moet aflopen. Waar hij een punt in zou hebben gehad.

 

 

Als ik mijn mouw omhoog trek zie ik dat het stevig bloedt, en moet vagelijk denken aan Terminator 2 als ik onder de wond een stukje spier denk te kunnen zien. Ik vraag het telefoonnummer van de jongen, krijg dat zonder problemen en ik beloof hem op de hoogte te houden. Behalve de pijn denk ik alleen maar: ‘oh shit ik hoop dat die hond niet al te veel op haar lazer krijgt.’

 

Nicole en ik rennen naar boven en bellen de huisartsenpost van het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam-Lombardijen. Na van anderen slechte ervaringen te hebben gehoord, denk ik even dat ik niet mag komen omdat het niet écht spoed is, maar ik kan binnen een half uur terecht. Dat blijkt precies de tijd die Nicole en ik nodig hebben om naar het ziekenhuis te fietsen, en het is een uitdaging op zich om de takken te ontwijken die door de storm eraf zijn gewaaid.

 

Nog steeds ben ik niet echt in paniek, maar als mijn arm stijf begint te worden begin ik me wél af te vragen of ik niet een kneiterhard probleem heb, als ZZP’er. De schade blijkt gelukkig mee te vallen – er is zelfs geen hechting nodig, maar het moet wel goed schoongemaakt worden én ik heb toch zo’n tetanusprik nodig. De vorige prik was van 2008 en met twaalf jaar dus verlopen. Andere schok: de jonge dokter die mij helpt is ook ZZP’er en is dus ook stevig de sjaak als hij gewond zou raken. Bizar dat het zelfs in de gezondheidszorg zo werkt.

 

Het administratieve deel schuif ik nog even voor me uit, misschien dat ik dat morgen ga doen maar: in hoeverre is die jongen aansprakelijk? Ik denk er niet over om het officieel te melden (deze blog verraadt niets over het soort hond of de jongen zelf) want, wat Nicole zegt: misschien dat de hond kan worden afgemaakt. Toevallig spreek ik vandaag ook voor mijn deur een vrouw met wie ik wel eens eerder heb gesproken, en die een Mechelse herder heeft van 9. Ik stel haar ook de vraag: wat zou jij doen als het met jouw hond zou gebeuren? Dat weet zij ook niet. Het punt is dat het ook voor een deel mijn schuld is. Ik heb het telefoonnummer van de jongen – heb hem ge-appt dinsdag dat het goed ging – maar wat als de rekening om wat voor reden dan ook heel hoog blijkt te zijn? Ik kan hem moeilijk dwingen om te betalen, toch? Welkom in de grote mensenwereld met vragen waarvan ik had gewild dat je die op school had geleerd.

 

 

 

 

 

No Comments

Post a Comment