Ontmoeting met een zwerver

Ontmoeting met een zwerver

Terwijl ik dit schrijf zie ik beneden in de straat een vrouw lopen met een enorm grote hond en een chihuahua naast haar. Altijd leuk, nu verder met het echte verhaal.

Gisteren eind van de middag stap ik op de fiets naar Nicole toe, nog geen drie kwartier fietsen. Ergens ter hoogte van het buurthuis van de Tarwewijk trekt een man mijn aandacht: ‘Meneer meneer, mag ik u wat vragen?’ Ik stop en wacht af wat hij wil vragen. ‘Meneer meneer, mag ik u wat vragen?’ Ik, enigszins geërgerd: ‘Ja, daarom stop ik ook.’ Hij vraagt of ik misschien wat kleingeld heb, hij heeft al drie dagen niet gegeten.

Tegen de man zeg ik dat ik waarschijnlijk geen contant geld bij me heb. ‘Wilt u alstublieft toch even kijken? Ik heb echt heel erg honger’ Het is een Turkse of Marokkaanse man, alles behalve mager maar hij ziet er wel echt beroerd uit, bloed aan zijn vingers ook en vettig haar. Hij klinkt wanhopig. Ik kijk in mijn portemonnee en bedenk me dan dat die vlieger van het gebrek aan contant geld niet opgaat: ik heb gisteren nog gepind voor de markt.

Ik wil hem mijn kleingeld geven maar de man ziet mijn briefje van 5 euro, of hij die 5 euro niet mag hebben ‘dan kan ik een kapsalon kopen’. Dat irriteert me: waarom besteedt hij dat geld niet aan het zoeken naar een slaapplek, of besteedt hij het aan brood waar hij dagen mee kan doen? Of gewoon… iets waar hij überhaupt meer aan heeft dan een kapsalon? Ik weiger, maar geef ‘m het kleingeld, ik denk dat het op iets van zestig cent uitkomt.

In november in Taiwan heb ik op het station in Taichung een bedelaar bot geweigerd uit pure krenterigheid, iets waar ik me tot op de dag van vandaag nog steeds schuldig over voel want de man was gehandicapt en klonk toen echt heel erg wanhopig. Deze man klinkt dat ook maar ik weet niet, er was nog iets in hem wat bij mij weerzin wekte, en dan heb ik het niet over zijn uiterlijk. Misschien was het het lef om die 5 euro te vragen.

De man dringt nog een keer aan, en dan vind ik het eigenlijk wel mooi geweest: ‘Meneer, ik heb het zelf ook niet heel erg breed, dit is wat ik u geef en dit gesprek is nu ten einde’. Ik fiets weg en het begint te stormen in m’n hoofd. In welke opzichten heb ik hier goed aan gedaan of juist heel erg verkeerd?

Ik heb toen seizoen 1 van het programma The Homelesse Experience gespot waar Dragan Brakema 15 dagen als dakloze op straat in Amsterdam ging leven. Zeer interessant, leerzaam materiaal om te zien – ook ongemonteerd – waar ik leerde dat er wel degelijk zwervers zijn die het echt heel erg zwaar hebben en dat het iedereen kan overkomen. Maar ook: er zijn oplossingen. Een Leger des Heils, een Stoelenproject, mensen die er voor opgeleid zijn om deze mensen een meer concretere helpende hand te bieden.

Waarom laten we nog steeds armoede toe in Nederland en in Rotterdam als er nog steeds zoveel armoede is die opgelost dient te worden? Kan de verzorgingsstaat dit nog wel aan? En moet er niet gekeken worden naar de psychische problemen van deze mensen, waarom is de hulp dan blijkbaar niet afdoende? En wat betreft die kapsalon: gaan mijn principes – vegetarisch zijn – boven de honger die iemand heeft die een kapsalon – met heel veel vlees – wil eten?

En wat ik me ook zat af te vragen: de Tarwewijk is een zeer multiculturele buurt. Een arme buurt inderdaad, maar zo’n wijk biedt meestal wel veel samenhang en sociale controle, cohesie. Dacht ik – blijkbaar is die samenhang toch niet zo sterk dat deze man geholpen kan worden.

Ik voel me niet schuldig want ik heb de man te woord gestaan en ik heb de man geld gegeven, al is het dan niet veel. Maar het knaagt: had ik iets beter kunnen doen?

No Comments

Post a Comment