Kort verhaal: ‘Het kostte wel wat moeite’

Kort verhaal: ‘Het kostte wel wat moeite’

´Met Kerst, is dat nog dezelfde voorganger als vorig jaar?'

Wilco keek naast zich, had de vraag wel gehoord maar het was niet tot hem doorgedrongen. 

'Met Kerst, is dat nog dezelfde voorganger als vorig jaar?'

Had hij het toch goed gehoord. 'Ja. Thea en de kinderen zien er naar uit om hem weer te zien. Pater Visscher hoort bijna bij de familie.'

Wilco haalde zijn hand door zijn haar, casual, om te doen lijken alsof het hem niet zoveel deed en alsof hij helemaal niet zenuwachtig was. Een volle haardos, nog indrukwekkend voor zijn leeftijd. Hij was blij dat de man naast hem – een oude klasgenoot van járen geleden die hij laatst tegen het lijf was gelopen – mee was. De onrust kroop over zijn lichaam. Zenuwachtig kuchje. Snel, er nog even langs heen praten. 'Ja, Kerst wordt weer mooi.'. Hij slikte nog een vraag in ('Ben jij dan niet zenuwachtig?') maar opende de deur van de box.

'Zo, dus dit is het heilige der heiligdommen?', vroeg zijn vriend. Pompeuze kwal. In de bank was er minder koude kak dan wat er hier naast hem stond. Maar al met al: hij was de enige die beschikbaar was op een donderdagochtend. En hij weigerde hier in zijn eentje heen te gaan. 

Het CompactBox-terrein in hoog Nederland tegen de grens van Duitsland aan. Het lag niet naast de deur maar... Het moest er eens van komen. In box 63 stond een apparaat dat al jaren in de familie was maar waar niemand aan durfde te komen omdat niemand écht wist wat het precies deed. De familie had besloten dat nou maar eens afgelopen moest zijn en 'haal in vredesnaam dat ding op' zei oudtante Anna. Als zij het nou maar kon doen maar ja... Die reuma he. Wilco geloofde het reuma-verhaal voor geen goud maar Thea zou hem vermoorden als hij dat tegen haar uit zou spreken.

'Is het zwaar?'

Zijn vriend knikte naar het apparaat. 'Wat denk je, moeten we één of twee keer lopen?' Zijn vriend moest gelukkig zelf wél om de grap lachen. 

Wilco vroeg zich af of er überhaupt hendels aan zaten. Was het te tillen? Het leek op een enorme computer, het apparaat dat hij ooit had gezien in een Russische science fiction-film uit de jaren '70.

Rilling over zijn rug. 

Hij ging dichterbij, tegen beter weten in. 

Er zoemde iets. 

'Wilco?' Hij hoorde de stem in de verte. 

'Kaboenk, kaboenk, kaboenk', het bonkte, waar vandaan het geluid kwam geen idee. 

Nog dichterbij. 

'Dieper, steeds dieper, dieper dieper steeds dieper', een stem, maar waar vandaan?

Wilco voelde zich vredig worden. 

En toen...

Even niets.

Jaren later. Pater Visscher sprak de kerkgemeenschap toe. 'Wie geduldig is geeft blijk van groot inzicht, wie onbesuisd is stapelt dwaasheid op dwaasheid. Psalm 14 vers 29.' Hij keek beminnelijk de kerk in. Een lege plek naast Thea, in de hoek van de kerk. Ze hield de plek nog steeds vrij, voor het geval dat hij ooit weer op zou duiken. Pater Visscher, hij dacht er het zijne van. Zelfmoord zonder briefje, dat kon niet anders. Maar hij had aan het Bisdom beloofd Thea en haar familie te behandelen als iedere andere familie. 

Een klop op de deur, het ding galmde in de kerk. Boze blikken – een mis verstoren, dat doe je niet. Een grote haardos verscheen. Pater Visscher zag het als eerste. Dacht hij, want Thea lag al flauwgevallen op het kerkstoeltje. 

'Pater Visscher, mag ik even storen? Ik heb echt iets stoms gedaan.' 

No Comments

Post a Comment