Het park

Hij is aan het zweten: ‘gezocht, veertiger met blauw poloshirt, op de vlucht voor eigen leven’, stelt hij zich voor dat het opsporingsbevel zou klinken. Zijn sandalen zitten niet lekker, die moest hij maar eens weg doen. Zo. Succes gewenst voor de zwerver die ze vindt. Of een hond die ermee aan de haal gaat. In de verte zijn vrouw en kinderen. Hij hurkt nog wat verder. Straks is het tien uur, in het park kan hij niet meer blijven omdat het op slot gaat want Corona. Het is té warm. Nog één blik op de barbecueënde en feestende mensenmassa in het open veld. En dan.

 

Slaakt hij kreten uit. Begint hij te dansen. Wild bewegen, krijsen. Zijn vrouw en kinderen ziet hij en zij zien hem, maar hij doet alsof hij ze niet meer herkent. Totale ontreddering. Een passerende BOA spuugt hij in het gezicht, maar zijn ogen staan op onschuld. Met een knal wordt hij tegen de grond gewerkt. Het laatste wat hij denkt voordat hij z’n bewustzijn kwijtraakt: ‘Verdomme. Het is me écht gelukt’.

No Comments

Post a Comment