Cursiefje: bus 146

Cursiefje: bus 146

Ik vond het in Oekraïne vreselijk om de bus te nemen – in Taiwan trouwens ook – omdat het in het buitenland vaak een stuk onduidelijker is bij welke halte je er uit moet, tenzij je het tien keer vraagt en dan nog is de foutmarge groot. Hier in Nederland heb ik daar uiteraard geen last van en is het aangenaam mensen kijken.

Bus 146 is een sneldienst vanaf Zuidplein naar het centrum van Ridderkerk, de bus die ik een keer per week neem om naar Nicole te gaan. Veel scholieren vanaf Zuidplein naar huis, hier en daar een oudere.

De laatste tijd merk ik een man van eind dertig, begin veertig. Hij ziet er een beetje verward, lichtelijk autistisch uit. Kleding alsof zijn moeder die voor hem heeft uitgezocht. Ik zie hem de laatste paar weken altijd als ik de 146 neem. Altijd vooraan bij de halte, neemt altijd de plek vooraan in de bus aan de rechterkant bij het raam. Altijd haast ook. Bij een vaste halte gaat hij eruit, geen idee wat de naam van de halte is maar het is ergens in een woonwijk. In draf steekt hij over, ondertussen om zich heen kijkend dat hij niet wordt aangereden, maar hij heeft haast. Waar heeft hij zo’n haast voor? Een cursus? Declassering wellicht? En waarom neemt hij dan geen bus eerder? Ik vraag het me elke keer weer af.

In bus 146 verstop ik me altijd, zoek verder geen contact met mensen. Muziek in de Ipod, vaak ook geholpen door een boek maar daar heb ik zelden concentratie voor, zeker niet met de zware kost die ik lees: nu de Nederlandse vertaling van ‘Malafrena’ van Ursula Le Guin en er is niet doorheen te komen. Mooie beschrijvingen van landschappen in de 18e eeuw maar te veel personages die ik niet uit elkaar kan houden.

Afleiding van Malafrena biedt vandaag een lieveheersbeestje die de hele busrit lang over mijn boek en over mijn hand kruipt. Ik zie dat toch gek genoeg als een beetje een eer dat zo’n dier mij opzoekt als chillplek, maar ik ben bang het dier te pletten tussen bijvoorbeeld de pagina’s van het boek. Hij gaat de hele rit mee, kruipt onder de mouw van mijn jas. De moeder van Nicole laat hem uiteindelijk naar buiten – we vinden allemaal dat zo’n dier beter af is binnen.

Tegenover me in de bus zit een oudere vrouw met een enorme lampenkamp in plastic verpakt. Buiten de vraag over het lieveheersbeestje is dé vraag die ik me de hele rit stel: hoe moet die oude lampenkap er dan uitzien dat het door zo’n monsterlijk geval vervangen moet worden?

No Comments

Post a Comment